Op de Galgeplaat, een groot intergetijdegebied in de Oosterschelde, heeft in 2008 een zandaanvulling plaatsgevonden. Het betreft hier een unieke proef die ons meer moet leren over de werking van erosie en sedimentatie in de Oosterschelde.
En over de (on)mogelijkheden om door middel van het aanbrengen van zand de waardevolle slikken en platen in de Oosterschelde te behouden.
Aanleiding voor de proef is het probleem van de zogenaamde zandhonger in de Oosterschelde. Door de aanleg van de Oosterscheldekering en de daarmee gepaard gaande veranderingen in eb en vloed en sedimentvracht, is het natuurlijk evenwicht tussen erosie en sedimentatie verstoord. Het gevolg is dat de geulen ‘zandhonger’ gekregen hebben en dat de slikken en platen eroderen. De verwachting is dat zonder maatregelen in 2050 de helft van deze slikken en platen in de Oosterschelde zullen zijn verdwenen. Dit betekent een groot verlies aan natuurwaarden. Immers, de slikken en platen zijn een belangrijk leefgebied voor wadvogels, schelpdieren, vissen en zeehonden. Maar ook de veiligheid en de schelpdiervisserij komt door deze ontwikkeling onder druk te staan.
Door de aanbrengen van een laag van gemiddeld 75 cm. zand over een oppervlak van 20 hectare op de Galgeplaat, wordt ervaring opgedaan met een mogelijk kansrijke methode om het verlies aan waardevolle slikken en platen tegen te gaan. De ontwikkelingen op en rond deze zandaanvulling worden nauwlettend gevolgd, onder meer met behulp van videocamera’s.
Plaats: Kattendijk, bij duikplek naast infozuil van Nat. Park.
Logo’s: Rijkswaterstaat, Interreg, Ecoshape
Op de Galgeplaat, een groot intergetijdegebied in de Oosterschelde, heeft in 2008 een zandsuppletie plaatsgevonden. Het betreft hier een unieke proef die ons meer moet leren over de werking van erosie en sedimentatie in de Oosterschelde, en over de (on)mogelijkheden om door middel van het aanbrengen van zand op slikken en platen de waardevolle intergetijdegebieden in de Oosterschelde te behouden.
Aanleiding voor de proef is het probleem van de zogenaamde zandhonger in de Oosterschelde (achtergrondinfo zie rapport Vermindert Getij en bijbehorende brochure). Dit probleem is ontstaan na de realisatie van de stormvloedkering. Door de afsluiting en de daarmee gepaard gaande verandering in eb en vloed en in sedimentvracht, is het bestaande evenwicht tussen erosie en sedimentatie verstoord. Het gevolg is dat de geulen ‘zandhonger’ gekregen hebben. Oftewel: de intergetijdengebieden eroderen en het hiervan afkomstig zand komt in de bestaande geulen terecht. Dit proces, dat al voorspeld werd toen het besluit over de stormvloedkering viel, voltrekt zich echter sneller dan gedacht. De verwachting is dat, indien er geen maatregelen worden genomen, in 2050 de helft van de platen, slikken en schorren in de Oosterschelde zullen zijn verdwenen.
Dit verlies aan intergetijdegebied betekent een groot verlies aan natuurwaarden. Immers, het intergetijdegebied is een belangrijk leefgebied voor wadvogels, schelpdieren, vissen en zeehonden. Maar er zijn meer gevolgen. De veiligheid komt onder druk te staan door het gedeeltelijk wegvallen van hooggelegen slikken voor de dijken. De schelpdiervisserij wordt minder lucratief naarmate het leefgebied voor bijvoorbeeld kokkels kleiner wordt. En ook scheepvaart en recreatie kunnen hinder ondervinden.
Met de suppletieproef op de Galgeplaat wordt ervaring opgedaan met een potentiëel kansrijke maatregel tegen de zandhonger. Op de plaat is in 2008 over een oppervlak van ongeveer 20 hectare in totaal circa 130.000 m3 zand neergelegd, afkomstig van onderhoudsbaggerwerk in de directe omgeving van de plaat. De effecten van deze suppletie worden nauwkeurig gevolgd via een monitoringsprogramma. Daarvoor worden maandelijks nauwkeurige hoogtemetingen gedaan die inzicht moeten geven in de optredende erosie en sedimentatie. Ook stroomsnelheid en golfhoogte wordt gemeten, evenals de effecten op de natuur. Daarvoor worden onder meer de hoeveelheden en soorten bodemdieren gevolgd. Tevens is een video-systeem (Argus) ter plaatse geïnstalleerd waarmee de veranderingen als gevolg van de suppletie kunnen worden gevolgd en geanalyseerd.
Uiteindelijk zal, mede uit deze proef, moeten blijken of zandsuppletie een bijdrage kan leveren aan het tegen gaan van de zandhonger. Vast staat in elk geval dat de proef zal bijdragen aan een vergroting van de kennis van erosie en sedimentatie in relatie tot intergetijdegebieden.
Klik hier voor meer informatie over ' Building with Nature'.
In 2005 was de uitvoering van onderhoudsbaggerwerk nodig in de omgeving van de Galgeplaat. Dit vrijkomen van baggerspecie in combinatie met de problematiek van de zandhonger, heeft in 2005 geleid tot een door Rijkswaterstaat geïnitieerde workshop.
lees verder »Voor het proces van realisatie wordt ook verwezen naar het onderdeel Techniek/Ontwerp en realisatie. Daaruit valt op te maken dat Rijkswaterstaat in 2005, door het combineren van een voorgenomen baggerwerk in de Oosterschelde én de problematiek van de zandhonger, een workshop met deskundigen heeft georganiseerd om de kansen en mogelijkheden na te gaan van een zandsuppletie op een intergetijdegebied in de Oosterschelde.
lees verder »