Proces van realisatie

Het proces van voorbereiding is feitelijk gestart met de vorming van de Deltacommissie in 1953. Deze commissie heeft het Deltaplan in datzelfde jaar ontwikkeld, waarna in 1958 de Deltawet werd vastgesteld waarmee de realisatie van het plan mogelijk werd gemaakt.
Voordat de bouw van de Oosterscheldekering werd afgerond in 1986, gingen een aantal werken hieraan vooraf. Na de realisatie van de stormvloedkering in de Hollandsche IJssel in 1958, werden achtereenvolgens de volgende dammen aangelegd: de Zandkreekdam ((1960), de Veerse Gatdam (1961), de Grevelingendam (1965), de Volkerakdam (1969), de Haringvlietdam en de Brouwersdam (beide in 1971).

Nadat verzet was ontstaan tegen de volledige afsluiting van de Oosterschelde en er nieuw onderzoek naar de mogelijkheden van een veilige maar open Oosterschelde was uitgevoerd, werd uiteindelijk besloten tot de stormvloedkering. Gelijktijdig hiermee werd besloten de Philipsdam en de Oesterdam te bouwen. Deze beide dammen hadden een tweeledig doel: enerzijds werd het getijdebassin achter de stormvloedkering verkleind, waardoor de vermindering van het getijdeverschil bij Yerseke tot driekwart beperkt kon blijven (3,00 meter). Anderzijds ontstond door deze dammen een getijdevrije scheepvaartverbinding tussen Antwerpen en de Rijn zoals in een convenant uit 1963 tussen Nederland en België was opgenomen.
Voor de uiteindelijke bouw van de stormvloedkering werd een aparte combinatie van grote Nederlandse aannemers gevormd: De Oosterschelde Stormvloedkering Bouwcombinatie.

Kosten

De kosten voor de volledige realisatie van de Deltawerken hebben ongeveer 12 miljard gulden bedragen, oftewel bijna 6 miljard Euro. De Oosterscheldewerken hebben van dat bedrag het grootste deel gevergd: 7 miljard gulden oftewel bijna 3,5 miljard Euro

<< Terug