In het kader van de Deltawerken is in 1961 het Veerse Gat, de verbinding tussen Noordzee en de Oosterschelde tussen Noord- en Zuid-Beveland en Walcheren, afgesloten. Hierdoor ontstond het Veerse Meer.
Bekijk hier de video's over de afsluiting van het Veerse Meer:
Video 1
Video 2
Door deze afsluiting ontstonden al snel waterkwaliteitsproblemen als:
De waterkwaliteitsproblemen leidden tot:
De afsluiting van het meer, waardoor het getij verdween, zorgde er bovendien voor dat er na de zomer problemen konden ontstaan met de afwatering van de omliggende landbouwgronden. Om die reden werd het peil in het najaar en de winter met 70 cm verlaagd van NAP (zomerpeil) naar NAP –0,70m (winterpeil)
Dit leidde voor de waterrecreatie en voor de organismen in de ondiepe delen van het meer tot grote overlast, omdat een aanzienlijk deel van het meer ’s winters droogviel.
Dit is aanleiding geweest voor Rijkswaterstaat om, in samenwerking met de provincie Zeeland en Waterschap Zeeuwse Eilanden, te zoeken naar een oplossing. Deze werd gevonden door het realiseren van een doorlaatmiddel, waardoor weer zout water vanuit de Oosterschelde het Veerse Meer kan instromen. Het doorlaatmiddel bestaat uit twee lange betonnen kokers van circa tachtig meter, aangelegd op NAP-niveau. Deze betonnen kokers vormen een fysieke verbinding tussen de Oosterschelde en het Veerse Meer. Afhankelijk van het waterpeil in de Oosterschelde ontstaat er een waterstroom van de Oosterschelde naar het Veerse Meer of omgekeerd.
Nadat in 2002 was begonnen met de bouw, stelde op 23 juni 2004 staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat Melanie Schultz van Haegen het doorlaatmiddel de Katse Heule in de Zandkreekdam in gebruik. Sindsdien is de waterkwaliteit in het Veerse Meer snel verbeterd. Er is weer sprake van een helder en gezond watersysteem met veel minder last van zuurstofloosheid en stankoverlast.
In het kader van de Deltawerken is in 1961 het zeegat tussen Noord- en Zuid-Beveland en Walcheren, bestaande uit Zandkreek en het Veerse Gat afgesloten (Veerse Meer). Onderstaande foto toont de dichtingwerkzaamheden aan de Zandkreekdam. Door het afsluiten van het Veerse Meer ontstonden in de loop der tijd verschillende waterkwaliteitsproblemen. Sinds het ontstaan van het Veerse Meer is de kwaliteit van het water en het ecosysteem steeds verder achteruitgegaan. De belangrijkste problemen waren:
• de toevoer van zoet (te) voedselrijk polderwater
• sterk wisselende zoutgehalten door het inlaten van zout water in het voorjaar t.b.v. het peilbeheer
• gelaagdheid van het water als gevolg van het peilbeheer, het zwaardere zoute water ‘kroop’ onder het zoete water. De opwarming van de zoetere bovenlaag in de zomer versterkte de gelaagdheid.
Deze (combinatie) van factoren leidde tot:
• overmatige algenbloei, waardoor het water troebeler werd
• zuurstofloosheid van grote oppervlakten op en bij de bodem van het meer
• massale aanwezigheid van Zeesla, die overlast voor de recreanten tot gevolg had en die later in het seizoen door afsterven leidde tot stankoverlast.
Troebelheid, wisselende zoutgehalten, hoge concentraties nutriënten (voedselrijk) en zuurstofloosheid van het water, vooral in de diepere delen, leidden ertoe, dat in het Veerse Meer de soortendiversiteit van planten en dieren erg gering was. Om een oplossing te bieden tegen de waterkwaliteitsproblemen is ervoor gekozen om het doorlaatwerk de Katse Heule aan te leggen.
Rijkswaterstaat had in eerste instantie de benaming ‘doorlaatmiddel’ in gedachte. De commissaris van de koningin W.T. van Gelder en een aantal collega’s vroegen om een orginelere benaming. Van een oude man kreeg Rijkswaterstaat de suggestie “heule”, een aanduiding voor een verbinding tussen twee sloten die onder een weg doorloopt. Door combinatie met de plaats van het doorlaatmiddel bij het dorp Kats is de benaming Katse Heule ontstaan.
In 2002 begon men aan de bouw van het doorlaatmiddel, de Katse Heule. Uit de Zandkreekdam zijn ten zuiden van de sluis twee caissons uit de dam gehaald en vervangen door twee kokers. Beide kokers hebben een lengte van 82 meter en een doorsnede van 5.5 bij 3 meter. De kokers kunnen worden afgesloten met een beweegbare schuif, waarmee uitwisseling van water tussen de Oosterschelde en het Veerse Meer geregeld kan worden.
Bij hoog water in de Oosterschelde, stroomt door twee kokers zeewater het Veerse Meer in. In geval van eb loost het meer zijn water door de kokers op de Oosterschelde.
Het doorlaatmiddel bestaat uit twee lange betonnen kokers van ruim tachtig meter. Deze betonnen kokers vormen een fysieke doorlaat voor zout water tussen de Oosterschelde en het Veerse Meer.
lees verder »Eind jaren 80 vond de uiteindelijke realisatie van de laatste Deltawerken plaats. Zoals bekend ging de volledige afsluiting van de Oosterschelde niet door. De werken in de Oosterschelde werden in 1986 uiteindelijk afgerond door de aanleg van een afsluitbare waterkering (De Stormvloedkering “Oosterschelde”) die tijdens hoogwater en extreme windomstandigheden kan worden gesloten.
lees verder »Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Eugène Daemen van Rijkswaterstaat: eugene.daemen@rws.nl