Eind jaren 80 vond de uiteindelijke realisatie van de laatste Deltawerken plaats. Zoals bekend ging de volledige afsluiting van de Oosterschelde niet door. De werken in de Oosterschelde werden in 1986 uiteindelijk afgerond door de aanleg van een afsluitbare waterkering (De Stormvloedkering “Oosterschelde”) die tijdens hoogwater en extreme windomstandigheden kan worden gesloten.
Op het moment dat duidelijk was dat de Oosterschelde open moest zijn is onderzoek gedaan naar welke maatregelen genomen moesten worden om de problemen van het Veerse Meer op te lossen. In dit kader is in 1989 voor het Veerse Meer een beleidsanalyse en Milieueffectrapportage (MER) opgesteld. Een belangrijk onderdeel van deze MER vormden de modelstudies van het Waterloopkundig Laboratorium in Delft (thans Deltares) om vast te stellen wat de effecten van maatregelen voor de waterkwaliteit zouden zijn.
De voornaamste conclusies van deze MER waren dat het realiseren van een (waterdoorlatende) verbinding tussen het Veerse Meer en de Oosterschelde een oplossing vormde voor de waterkwaliteitsproblemen in het Veerse Meer. Een hoger winterpeil zou bovendien de ecologische problemen in het meer voor een belangrijk deel oplossen omdat niet elk jaar een groot oppervlak droog zou vallen, waardoor alle waterbodemorganismen in dat gebied jaarlijks weer afstierven.
Het ontwerp van het doorlaatmiddel Katse Heule vond plaats door Rijkswaterstaat Zeeland en de specialisten van de Bouwdienst van Rijkswaterstaat te Utrecht. Ontwerp en bouw waren mogelijk in het kader van het project “Natuurherstel” met gelden bijeengebracht door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.
De bouw begon in 2002 en 23 juni 2004 werd het doorlaatmiddel in gebruik genomen.
De Bouwdienst van Rijkswaterstaat heeft in het verleden het eerste ontwerp gemaakt voor de Katse Heule en zij zijn ook vanaf 2000 betrokken geweest bij het definitieve ontwerp van de Katse Heule. De aannemers die het uiteindelijke werk van de Katse Heule hebben uitgevoerd waren N. Kraayeveld (Giessendam) samen met Herbosch-Kiere (België)
De totale kosten voor de uitvoering van dit project bedroegen circa 20 miljoen euro en kwamen voor rekening van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.